2021 (mei, november, december): zitting strafzaak

Op 14 april 2021 vond de eerste zitting plaats van de strafzaak die het Openbaar Ministerie heeft gestart tegen de heer Roet als verdachte. De heer Roet is de oprichter van de Stichting en tot 2016 ook (enig) bestuurslid. De Stichting heeft zich als slachtoffer in deze zaak gevoegd. Op 22 en 24 november is er een vervolg gekomen op deze strafzaak bij de Rechtbank in Zwolle. U heeft hier in de landelijke pers kennis van kunnen nemen. Op 27 december is uitspraak gedaan.

De volledige tekst is beschikbaar en te vinden via deze link: ECLI:NL:RBOVE:2021:4857het nieuwsbericht van de Rechtbank (dat iets makkelijker te lezen is) kunt u hier vinden.

Commentaar van de Stichting Loterijverlies.nl volgt na het lezen en analyseren van de volledige tekst van de gedane uitspraak; wij vragen om uw begrip.

De zittingen op 22 en 24 november 2021
waren inhoudelijk. In de landelijke pers zijn berichten verschenen waarin de eisen van het Openbaar Ministerie staan.

De zitting in april 2021 bij de Rechtbank Zwolle betrof een zogeheten “regiezitting”. Toen is er in deze rechtszaak bepaald of er (nieuwe) getuigen mochten worden verhoord tijdens de "inhoudelijke zitting”. Ook konden door het Openbaar Ministerie of de verdachte nog andere onderzoekwensen worden voorgesteld.

Voordat de rechtbank de wensen van het Openbaar Ministerie en de heer Roet ging bespraken, discussieerde de voorzitter van de rechtbank met de heer Roet over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen: nog geen schikking met de Staatsloterij, veel lopende rechtszaken, de huidige strafzaak, en geen enkel zicht op afdoening van de claim tegen de Staatsloterij.

Gezien het verloop van die discussie, waarbij de voorzitter van de rechtbank ook de aanwezige advocaat van de Staatsloterij en de voorzitter van het Bestuur van de Stichting Loterijverlies.nl het woord gaf, heeft de rechtbank uiteindelijk geconcludeerd dat via het strafrechtelijk traject onderhandelingen tussen de heer Roet, de Staatsloterij en de Stichting, niet zinvol wordt geacht. De rechtbank kwam tot deze conclusie niet alleen door de houding van de heer Roet, maar ook door het standpunt van de Staatsloterij die eerst de uitspraak van de Hoge Raad wil afwachten (zie commentaar onder).

Uiteindelijk werd door de rechtbank geoordeeld dat er later, bij de inhoudelijke zitting mogelijk nog extra getuigen gaan worden gehoord. Het verzoek van de Staatsloterij tot inzage in het volledige procesdossier werd niet door de rechtbank toegestaan.

Commentaar van de (voorzitter van de) Stichting Loterijverlies op het verloop van de regiezitting op 14 april 2021:

De heer Roet had in deze regiezitting opnieuw alle kansen om een eerste stap te zetten richting een schikkingstraject met de Staatsloterij en met de Stichting Loterijverlies.nl.  Gezien de aard van de discussie en de houding van de heer Roet, heeft de rechtbank afgezien van het voorstellen van een onderhandelingstraject met de betrokken partijen.

Daarbij speelt ook een rol dat ook de Staatsloterij niet open lijkt te staan voor overleg: zij wachten liever eerst het oordeel van de Hoge Raad af op de beslissing van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, waarbij was geoordeeld dat een individuele deelnemer recht had op teruggave van het destijds betaalde bedrag aan staatsloten minus de daarmee behaalde prijzen. Dit oordeel van de Hoge Raad wordt eind 2021, begin 2022 verwacht. Dat oordeel komt waarschijnlijk dus ná de uitspraak van de strafzaak tegen de heer Roet.

Het standpunt van het bestuur van de Stichting is overigens óók dat zij voor elk overleg en met elke partij open staan als dit een goede en daadwerkelijke start kan zijn van een proces waarin eindelijk kan worden toegekomen aan (een discussie over) het toekennen van een schadebedrag aan de mensen die in de periode 2000-2007 zijn misleid door de Staatsloterij.